Zondagochtendbiecht

25 augustus 2019

‘Om écht iets te leren moet je alle seizoenen een keer doorlopen hebben’

Het is zondag 25 augustus. Om 5 uur gaan mijn ogen open, ik rek me uit. Zet koffie, rook 4 sigaretten en overdenk mijn zonden van het afgelopen jaar. Om vervolgens naar boven te vertrekken, de pc op te starten en te schrijven. Het is tijd…………

Het boetekleed trek ik niet echt aan. Het past me niet. Als ik het christelijk geloof daadwerkelijk zou aanhangen, zou ik vanochtend de biechtstoel wel hebben opgezocht. Maar de 20 weesgegroetjes die ik zou krijgen opgelegd, kunnen me gestolen worden. Vergeving begint bij jezelf, ongeacht wat meneer pastoor daar voor flauwekul over denkt te kunnen opleggen aan de goedgelovige medemens.

Vamos, on y a va, alore, let’s do it.

Vorig jaar in deze periode ging ik een aantal weken van hypomanie door. Dat wist ik toen zelf niet. De voorafgaande burnout en depressie brachten me aan de Paroxetine. Mijn herstel, het zonlicht én de pillen stuwden me naar een hoogte vanuit waar ik alleen nog maar snoeihard naar beneden kon sodemieteren. Wijsheid achteraf is dit! De enige die het zag én het lef had om te benoemen zie ik ongeveer twee keer per jaar. Ze appte mijn man, ik appte haar. En nu, een jaar later, zeg ik: bedankt!! De speldenprik die ze uitdeelde was net voldoende om met een andere psychiatrisch verpleegkundige te sparren. Die was eerlijk met me en stelde me tegelijkertijd gerust. Depressief geweest, geen manie. Het contact met de werkelijkheid was er gewoon nog. Hypomaan, noemde ze het. Een piek inderdaad, na het diepe diepe dal wat burnout heet.

Iedereen die het wel zag, niet benoemde, er om lachte, me heeft beschimpt, gekwetst of tot m’n enkels heeft afgebrand: bedankt! Je had een rol in dit geheel, ik was ook niet altijd netjes richting jou en harde woorden hebben we allebei gebezigd. De rest mag je houden, doe er je ding mee of niet. Wat jij wil, iedereen zijn of haar eigen boetekleed: mijn kleding deel ik liever niet.

Er gebeurde mooie dingen in mijn hypomane weken! Ik werd verliefd, smeedde nieuwe vriendschappen, had lol en voelde me onoverwinnelijk. Er gebeurde kloterige, onverteerbare, hartverscheurende dingen in mijn hypomane periode.

Collegavriendin, je bent er nog. Wat vorig jaar in juni een donderboodschap bij heldere hemel was, nadert nu met rasse schreden de climax. Ik ga er verder geen woorden aan vuil maken, lukt me niet en afscheid nemen voor het einde doe ik niet. Jij ook niet. Ik koop nog een lolly en ga het leven vieren. Elke lolly in het afgelopen jaar staat voor jou. En dat blijft zo, ook als je er strakjes niet meer bent.

De verliefdheid escaleerde. Ik was te heftig. Ik verklootte het contact met mijn soulmate, kwetste mijn man tot op het bot en verder. Tijd heelt alle wonden, bij mij wel in elk geval. Vriend van soulmate haakte ook op me af. Terecht…… En mijn nieuwe vriendin bleek ziek in haar hoofd te zijn, onbetrouwbaar. Heeft me een slordige 400 euro gekost, deze  ‘vriendschap’. Ik hoop dat je ooit beter kunt worden lieverd. Ik heb er geen rol in. Ik zie en ik voel elke keer weer dat je geen slecht hart hebt. En mijn geld kan me gestolen worden. Het verjaardagspotje van onze dochter is een brug te ver geweest. Het sleuteltjes ligt hier nog in de la, maar het geld zal inmiddels op zijn. Ik heb haar die 150 euro gewoon teruggegeven hoor. Mijn vermoedens niet met haar gedeeld. Ik denk alleen dat ze het gewoon wéét. Het sleuteltje bewaar ik. Voor als je ooit behoefte zou hebben om schoon schip te maken met jezelf.

Alle vriendinnen die er al waren, zijn er vandaag de dag nog steeds en daar ben ik dankbaar voor. Ze hebben wat met me uit te staan gehad. Ze hebben alle vier het vermogen wijs te kijken en te zwijgen. En ik vergis me niet als ik zeg dat jullie met vier zijn. Uiteraard allemaal in een andere vriendschapsvariant. Geen onderlinge jaloezie of gedoe.

Een betere versie van mezelf, aanvullend, al ruim 30 jaar in dit leven. Ook ervoor en hierna, geen idee of dat echt zo is, het voelt zo. Eén derbij om regelmatig de drie-eenheid te vormen, lol te trappen, dronken te worden, wild te plassen en van m’n fiets af te vallen. Mijn stille kracht aan de andere kant van het parkeerterrein. Altijd dichtbij, eerlijk, zichzelf. En m’n pupil, heks in opleiding. Heel veel hoef ik je niet meer te leren. Echt vliegen op een bezemsteel kan ik ook niet, dat klets ik maar. Ik ben ook geen heks, zeker geen opperheks, mardawittewel.

En natuurlijk zijn er nog heel veel andere lieve mensen om me heen die het goed met mij voorhebben en die met enige regelmaat in mijn hart mogen wonen. Nu even niet, want er zit iemand anders. Het is een buurtbewoner. Ik zit in mijn werkkamer, het raam open en ik kijk uit over het parkeerterrein. Links van mij laat de lieve mevrouw haar oude hond plassen. Alle duiven en kauwen uit het dorp verzamelen zich. Ze strooit haar bak leeg. Pure dankbaarheid overstroomt me. Het is inmiddels 7 uur. De zondag is begonnen. Fijne dag!